Emphathie noodzakelijk omdat stopkracht relatief is
Wat voor de één stopkracht heeft, heeft dat niet altijd ook voor de ander. Als je creatief op stopkracht wilt inzetten, is empathisch vermogen noodzakelijk. Maar eigenlijk geldt dat in alle omstandigheden: je mag jezelf nooit tot norm verheffen. Iedereen heeft de neiging om ervan uit te gaan dat anderen hetzelfde denken, hetzelfde mooi vinden en aan dezelfde dingen belang hechten. Niets is minder waar en je bent maar zelden representatief voor het publiek waarvoor je werkt. Zo hebben CEO’s vaak meer vertrouwen in radiocampagnes dan in tv-campagnes, omdat ze zelf amper tijd hebben om tv te kijken, maar op weg naar weer een nieuwe vergadering wel naar de radio luisteren. Ook reclamebureaus lijden vaak aan dit euvel. Hypermoderne interieurs, sombere kleuren, anorectische modellen en onleesbare tekstblokken zijn duidelijke uitingen van navelstaren als ze opduiken in boodschappen voor doelgroepen met totaal andere waarden. Het gevaar is het grootst bij een campagne die op oudere huisvrouwen mikt, want de creatieven van het bureau zijn meestal jonge mannen.
De hefboomkracht van het raketprincipe
Een grote hoeveelheid noodzakelijke informatie is nog geen reden om niet voor stopkracht te kiezen. Bij een moeilijk product of in een business-to-businessomgeving is een strategie met creatieve stopkracht minstens zo effectief. Het moet dan echter wel gaan om een gediversifieerde strategie, waarbij stopkracht en creativiteit de stuwmotoren van het product worden. We noemen dit het ‘raketprincipe’. Een raket heeft veel brandstof nodig om aan de aantrekkingskracht van de aarde te ontsnappen, maar haalt daarna makkelijk duizelingwekkende snelheden.
Eerste trap: imago en merk
De onderste trap van de raket bestaat uit de algemene imagocampagnes. Hierin gaat alle aandacht naar het neerzetten van een sterk merk. Emoties en stopkracht staan centraal. Inhoudelijk wordt alleen op het basisverhaal gefocust. Deze trap zorgt voor de stuwkracht van de campagnestrategie. Hij kost het meeste geld, maar moet ongemerkt ook het meeste werk doen.
| Tip: Een weinig creatieve maar toch doeltreffende manier om de stopkracht te verhogen, is het gebruik van plaatsnamen. Zodra in een globaal medium de naam van hun stad of regio opduikt, is de aandacht van de meeste mensen gewekt. |
Tweede trap: doelgroepen en segmenten
De tweede trap omvat de doelgroepencampagnes en andere gesegmenteerde communicatie. Dankzij de merkbekendheid en het imago waarvoor de eerste trap zorgt, vinden deze campagnes sneller hun weg naar het publiek. Denk maar aan hoe Nike adverteert in gespecialiseerde nichetijdschriften, zoals atletiek- of voetbalmagazines, en erin slaagt om in die specifieke markten voet aan de grond te krijgen, vaak ten koste van beter afgestemde maar minder bekende merken.
Derde trap: productcampagnes
De derde trap is een raket op topsnelheid. Met een minimaal brandstofverbruik worden alle producten in de markt gezet. Bedrijven als Sony of Pioneer kunnen steeds nieuwe producten communiceren, omdat ze kunnen terugvallen op een sterke bekendheid door hun jarenlange imago- en doelgroepencommunicatie.
Met het raketprincipe is bovendien sprake van een wisselwerking met alle andere communicatievormen. Wie een folder openslaat of een etalage ziet, koppelt hieraan het imago, waardoor dat imago op zijn beurt weer wordt versterkt.
Nooit stopkracht om de verkeerde redenen mijden
Een hoge stopkracht is niet per definitie noodzakelijk, maar wordt vaak om de verkeerde redenen gemeden, met name uit angst om als bedrijf niet ernstig te worden genomen. Grote merken, zoals Ikea of de verzekeringsmaatschappij Centraal Beheer Achmea, liggen daar echter niet van wakker. Consumenten hebben weinig moeite om de product-boodschap van de bedrijfsreputatie te scheiden. Reclame is geen verlengstuk van je huisstijl of jaarverslag. Adverteerders bewonderen vooral de campagnes van anderen, terwijl ze er zelf nooit mee zouden durven uitpakken. Bij de beoordeling van een campagne vergeet je best dat ze voor jouw organisatie is bestemd. Wat als je grootste concurrent ermee zou uitpakken?
|